Meerpad

In 1841 klaagden enkele doopsgezinden uit Nieuwendam bij de Amsterdamse kerkenraad over de onmogelijkheid om kerkdiensten en catechisaties bij te wonen in Amsterdam. Dit vanwege de moeilijke verbindingen. Er werd vervolgens een commissie Buiksloot-Nieuwendam opgericht die zelf aan geld voor de bouw van een kerkje moest zien te komen. De Amsterdamse doopsgezinde gemeente wilde dan wel jaarlijks bijdragen in de kosten van de te houden kerkdiensten.

Met steun van doopsgezinden uit diverse plaatsen lukt het om het geld voor de bouw van een kerkje bij elkaar te krijgen. In 1843 werd grond aan het Meerpad aangekocht. Timmerman Pieter Kater Gzn krijgt de opdracht om de kerk te bouwen. De houten kerk wordt gebouwd naar het voorbeeld van de doopsgezinde kerk in Knollendam. Oorspronkelijk is de kerkzaal slechts twee vakken diep. Het interieur van de kerk wordt overgenomen van het ‘Oude Huis’ de friese doopsgezinde gemeente van Zaandam -Westzijde. Op 9 juli 1843 is de kerk gereed en wordt in gebruik genomen.

In 1874 liggen de kerkdiensten enige tijd stil. Na maanden komt de kerkenraad hier achter en is onthutst. Er wordt onderzoek gedaan en er vindt een bijzondere vergadering plaats waarin wordt besloten om de kerkdiensten voort te zetten. In 1887 is er weer crisisberaad waarbij verschillende theologische opvattingen duidelijk meespelen. De commissie Buiksloot-Nieuwendam stelt voor om de gemeente in Noord op te heffen. De Amsterdamse predikanten zijn hier met het oog op de toekomst fel op tegen. Uiteindelijk wordt er besloten op de oude voet verder te gaan.

Nadat eind 19e eeuw aan de noordkant van het IJ land wordt opgespoten voor industrie en woningen verandert er veel. Het Centraal station wordt gebouwd en er komen stoomtramlijnen tussen Amsterdam en Purmerend. Hierdoor raken Buiksloot en Nieuwendam minder geïsoleerd.
Bij de stormvloed in januari 1916 breken er diverse dijken waardoor ook het Meerpad onder water komt te staan. Het houten kerkje stat zo’n anderhalve meter onder water. De kerkenraad in Amsterdam besluit de kosten voor herstel te dragen zodat ook deze crisis wordt overwonnen.

In de 20e eeuw groeit de gemeente in Noord. Het gebouw wordt voorzien van elektrisch licht en verwarming. Vanaf 1935 zijn er wekelijks kerkdiensten. Op het hoogtepunt telt de gemeente in Noord 330 leden.

In 1961 wordt het gebouw De Bolder naast het kerkgebouw in gebruik genomen. Tegelijk krijgt ook de kerk groot onderhoud. Bij dit groot onderhoud blijkt de kerk in slechte staat te verkeren. Er wordt over gedacht om de kerk op een andere plaats meer centraal in Noord te bouwen. Uiteindelijk wordt er besloten om de kerk te restaureren. De kerk wordt gerestaureerd in de oude stijl maar één raam groter en er wordt een nieuwe Bolder gebouwd passend bij de architectuur van de kerk en kosterswoning.

Start typing and press Enter to search